Elke schooldag een les op maat voor jouw kind: Nederlands, Engels en rekenen, en voor oudere kinderen ook Frans en Spaans. Gebouwd op wat gisteren lukte en wat niet. Jij leest de les ’s ochtends in vijf minuten. Je kind doet hem in vijftig minuten, op een iPad en in een schrift.
Sinds juli 2026 elke schooldag gebruikt door ons eigen gezin, aan boord. Nog geen gezinnen buiten het onze; dat zeggen we liever eerlijk dan dat we het verbergen.

Geen pakket dat je zelf moet uitzoeken en geen juf op een vast uur. Een korte lus die elke dag opnieuw draait, en waarin jij de enige bent die op publiceren drukt.
Je opent de ouderpagina. Per kind staat de les van vandaag er als concept, met een briefing voor jou: wat elk blok is, waarom het vandaag komt, wat je kind moet bewijzen en wanneer dat goed is. Je leest, past aan als je wilt, en publiceert met één tik.
Op de iPad: zes tot tien blokken van hooguit vijftien minuten, nooit meer dan vijftig minuten met een pauze. Keuzes en korte antwoorden op het scherm; schrijven en rekenen in een schrift met de datum en het bloknummer erboven. Na de les maak jij een foto van de bladzijden.
De antwoorden, de tijden en de foto’s van het schrift worden gelezen. Daaruit komen een logboek, een bijgewerkte niveaukaart per leerdoel, en de les van morgen, bijgestuurd op wat vandaag niet landde. In jouw briefing van morgen staat het onder ‘Gisteren, kort’.
Dit is de les van woensdag 28 oktober 2026 voor een jongen van 9, precies zoals hij op zijn scherm stond. Alleen zijn naam en de plaatsnamen zijn weggehaald. De dag ervoor had het gezin een zware bui meegemaakt; de vader vroeg of de kinderen mochten leren hoe dat kan.
Gisteren: je deelcode klopte en je rij had elf van twaalf goed; alleen 7 × 8 was 54, en dat is 6 × 9. 7 × 8 = 56, onthoud die. Je las tien bladzijden (je bent op 48), en in het Engels typte je Today was a storm; dat was het ook. Je zag de wind na de bui uit het westen komen, terwijl hij hier bijna altijd uit het oosten komt, en je kompasroos op de achterkant van je blad klopte helemaal. Hoe dat kan, leer je vandaag na de pauze. De grote getallen gaan vandaag verder; opgave A doe je eerst samen met papa of mama. Woensdag. Eerst je boek, dan zes woorden opschrijven met Bo (dag 3 van het langermaakwoord: twijfel je aan de laatste letter, maak het woord langer), jouw tekst over het water hier, en nakijken met je kaart. Dan twee minuten bewegen, één klokvraag, en als laatste rekenen met tijd: hoe laat is het klaar, en hoe lang duurde het? Na missie 6 is het echt pauze; daarna kom je terug voor twee korte missies: grote getallen met een nul erin, en de bui van dinsdag: die wolk met de scherpe rand, de koude harde wind, en geen regen. Papa vroeg of je mag leren hoe dat kan. Je windlog begint er ook, dag 1. Acht missies, acht bewijzen: 50 minuten, pauze, 20 minuten.
filmpje · Bo zegt zes woorden
EERST HET FILMPJE: Bo zegt zes woorden, met een pauze na elk woord. OP PAPIER: schrijf elk woord op de regel met die letter. DAARNA OP HET SCHERM: typ de zes woorden over. Twijfel je aan de laatste letter? Maak het woord langer in je hoofd. Twee woorden komen uit de clubjes die je al kent; die weet je gewoon. Zet het filmpje op pauze als je meer tijd nodig hebt. Pas daarna samen nakijken.
OP PAPIER: het tijdlijnblad achter je werkblad. DAARNA OP HET SCHERM: twee tijden. Op je klokblad van de peiling stond: je les begint om 11:05 en duurt 50 minuten, hoe laat is hij klaar? Zulke sommen doe je op een tijdlijn. Het voorbeeld op het blad: de boot vaart om 10:40 weg en komt om 12:10 aan. Sprong 1: van 10:40 naar 11:00 is 20 minuten. Sprong 2: van 11:00 naar 12:00 is 1 uur. Sprong 3: van 12:00 naar 12:10 is 10 minuten. Samen 1 uur en 30 minuten. Dan vier opgaven, waarvan de laatste over je eigen les van vandaag gaat: kijk op de klok.
8:05.EERST DE FOTO (bovenaan je les). DAN LEZEN OP HET SCHERM. DAN HET PROEFJE. DAN OP PAPIER: je buienblad. De foto bovenaan deze les maakte papa dinsdag, toen de bui eraan kwam. Kijk er eerst een halve minuut naar: wat zie je? Grijze banden boven elkaar, een donkere strook boven het water, een los wit wolkje, boten voor anker, en wit water vooraan. Dinsdag zag je het zelf, aan boord: een wolk met mega scherpe randen, de randen vielen uit elkaar, toen ging het hard waaien, de lucht was echt koud, en jullie zagen geen regen. Hoe kan een bui zonder regen zo hard en zo koud waaien? Zo zit dat, in vijf stappen.
1. In zo’n grote buienwolk valt regen naar beneden. 2. Onder de wolk is de lucht hier droog. De regen verdampt daar: de druppels worden weer waterdamp voordat ze het water raken. Daarom zag je geen regen. 3. Verdampen kost warmte: het water neemt warmte mee uit de lucht. De lucht onder de wolk wordt daardoor koud. Koude lucht is zwaarder dan warme lucht, dus die koude lucht valt naar beneden. 4. Bij het water kan de koude lucht niet verder omlaag en stroomt hij opzij, naar alle kanten, ook naar jullie boot. Dát was de harde wind, en daarom was hij koud. De eerste vlaag is de hardste. 5. De koude lucht duwt de warme lucht aan de voorkant omhoog. Daar ontstaat die scherpe rand. Valt de rand uit elkaar, dan is de koude lucht bij jou. Zeelui weten dat: zie je zo’n rand, dan rif je op tijd, en na de bui kijk je of het anker nog goed ligt.
Het proefje (1 minuut): maak de rug van één hand nat en houd allebei je handen in de wind, of blaas erop. Welke hand voelt kouder? De natte. Het water verdampt en neemt warmte mee uit je hand. Precies zo werd de lucht onder de wolk koud.
Ingekort: van de acht missies staan er hier drie volledig. De blokken ‘Bewijs’ zijn typvelden op het scherm; ‘OP PAPIER’ betekent in het schrift.
Bij elke les hoort een briefing voor de ouder. Twee stukken daaruit, van dezelfde woensdag: hoe dinsdag ging, en per missie wat het kind moet laten zien en wanneer dat goed is. Het is de reden dat je niet zelf hoeft na te kijken.
L.: 13:00–15:24, 90 minuten actief, 35 minuten pauze, vijf keer hervat, 18 van 19 velden, niet afgerond (afronden is aan jou). Deelcode goed. Lezen blz 48 (maandag 38). Langermaakwoord: 4 van 4 geklikt; getypt handen. en winden., boten niet; op de opname zeg jij de letter voor, dus de controlevraag van gisteren is beantwoord: niet zonder hulp; alleen winden (zijn eigen woord) was van hem. Zin 3 gideon zit in de ipad.: geen maar, geen hoofdletter. Grote getallen dag 1: 0 van 2 (A 1.750: het vormvoorbeeld uit het typveld overgetypt); hij vroeg kijk jij mijn rekendingetjes nog wel na? Engels 3 van 3 en Today was a storm. (inhoud echt, vorm niet). Windkaart 2 van 2: hij zag de wind na de bui uit het westen komen.
Wat daardoor vandaag verandert. De intro noemt dinsdag en de wind uit het westen (dat is de bui van vandaag); missie 2 (het dictee) is de echte meting van het langermaakwoord: zeg niets voor, ook de letter niet; missie 7 begint met opgave A samen en het typveld heeft geen getal meer als voorbeeld.
| Missie | Min | Wat het is | Bewijs op het scherm | Goed als |
|---|---|---|---|---|
| 1 lezen | 10 | routine | bladzijde + zin | hoger dan dinsdag; wie en wat |
| 2 zes woorden met Bo | 10 | vervolg op 26 en 27 oktober: langermaakwoord dag 3, het dictee; plus twee ophaalwoorden (au/ou en ei/ij, één week na beheersing) | zes woorden getypt | hond, strand, gauw, hand, lijn, wind; minstens 5 van 6 op papier. Let apart op wind: dat woord heeft hij deze week niet gezien; goed = de regel werkt, fout = hij onthoudt woorden |
| 3 jouw tekst | 10 | vaardigheid, vervolg: en en maar, over het water hier | zin 1 getypt | vier zinnen met wie, werkwoord, punt; en in zin 2, maar in zin 3 |
| 4 je kaart | 4 | vervolg; drie punten | vinkjes | 9 vinkjes of minder mét een verbetering |
| 5 de klok | 3 | ophaal (niveaukaart klok, status bezig; na een beweegpauze van 2 minuten) | twee tijden | de tijd nu in cijfers met minuten (zoals 11:35, niet 11:5), en de tijd 25 minuten later goed |
| 6 tijdlijn | 15 | nieuw (niveaukaart tijdsduur, status uitgelegd) | opgave 1 en 3 | 11:55 en 21:10; op het blad ook opgave 2 1 uur en 30 minuten en opgave 4 met zijn eigen begintijd |
| 7 de nul op zijn plek | 10 | vervolg (getallen tot 10.000; de nul als plekhouder, de klassieke misser van dinsdag) | B en E | B 1.750 · E 6.080; 25 of 4.80 betekent: de nul ontbreekt, dan donderdag één rij samen |
| 8 de windvlaag | 10 | nieuw, op jouw vraag van dinsdag (de bui die jullie zelf zagen; kerndoel 43) | keuze + windlogregel | keuze De regen verdampte onder de wolk…; op het buienblad de vijf woorden op volgorde verdampt · koud · naar beneden · opzij · omhoog; windlogregel met richting, een Beaufort-getal en waaraan hij het zag |
Uit de ouderbriefing van 28 oktober 2026. De naam van het kind is vervangen door ‘L.’; verder onveranderd.
Van een meisje van 12 op brugklasniveau, dezelfde woensdag. De uitleg en de keuzes stonden op haar scherm; dit blad was haar papier. Sinds 29 oktober gaat het schrijfwerk in een schrift, en printen we alleen nog wat papier echt nodig heeft, zoals een kaart op ware grootte.
Dit blad is je papierwerk. De uitleg en de keuzes staan op het scherm. De kaart staat op dit blad; leg je liniaal en je plan van maandag ernaast.
| blok | begonnen om | gepland | over |
|---|---|---|---|
| eerst dit: schaal · 3 | |||
| 1 lezen · 10 | |||
| 2 Frans · 12 | |||
| 3 Spaans · 10 | |||
| 4 rubriek · 15 | |||
| pauze, dan 5 windvlaag · 15 | |||
| 6 taalronde · 15 |
Dezelfde kaart als maandag, op ware grootte. Schaal 1 cm = 20 km. Heen: keer 20. Terug: delen door 20.
A) Meet met je liniaal van de ene stip tot de andere: ……… cm. Dat is in het echt: ……… × 20 = ……… km
B) 30 km in het echt → 30 : 20 = ……… cm op de kaart. Controle met de schaalbalk. ☐
Modelzin, overschrijven: Je suis sur un bateau et j’ai douze ans.
Jouw variant (met je suis én j’ai; bijvoorbeeld waar je bent en wat je hebt):
Check: staat je suis erin? ☐ staat j’ai erin, met apostrof? ☐ punt aan het eind? ☐
Zeg bij elke zin eerst hardop: wat, of waar? Schrijf die vraag in het vakje.
Zin 1 (ser: wat iemand of iets is): vraag: ……… zin:
Zin 2 (estar: waar iets is): vraag: ……… zin:
Check: in zin 1 staat soy, eres of es? ☐ in zin 2 staat estoy, estás of está, met accent? ☐ punten? ☐
Eerst jouw waarneming van dinsdag, vóór je de uitleg leest: wat zag je aan de lucht, wat voelde je aan wind en temperatuur, wat hoorde je?
Ik zag:
Ik voelde:
Ik hoorde:
Het proefje: de natte hand voelde ……………… dan de droge. Omdat: ………………………………………………
Foto van dit blad gemaakt door papa of mama: ☐
Werkblad van 28 oktober 2026, ingekort tot vier van de zes blokken. De kaartafbeelding is weggelaten.
De leerlijn volgt de Nederlandse kerndoelen en referentieniveaus. Per kind en per leerdoel houden we bij waar het staat: nog niet, uitgelegd, bezig of beheerst. Wat beheerst is, krijgt geen blok meer. Wat niet landt, komt in een andere vorm terug.
Lezen in een eigen boek, elke dag. Spelling met regels die het kind kan uitleggen, zoals het langermaakwoord. Eigen teksten met een nakijkkaart: hoofdletter, punt, het woord van de week.
Zinnen typen, werkwoorden, een eigen tekst. Vanaf de brugklas ook een leeslijst met woordjes die thuis worden geleerd en in de les worden overhoord.
Tafels in een minuut, de klok en tijdsduur, getallen tot tienduizend, onder nul, schaal op een echte kaart. Het bootleven is de context, nooit de versiering.
Voor oudere kinderen: elke week een korte leerlijst, uitleg in de les, eigen zinnen op papier, overhoring op de dag van de taal. Duolingo mag erbij, vervangt niets.
Uit wat het gezin meemaakt: een bui zonder regen, de wind die draait, een kaart met een schaalbalk, de regen per maand. Met de echte vaktermen, en altijd terug naar wat het kind zelf zag.
Een eigen magazine, een eigen computerspel, een meetreeks. In kleine stappen met een eindproduct, omdat dingen tijd kosten en dat leren ook is.
Wij zijn een Nederlands gezin op een zeilcatamaran, sinds 2026 onderweg door het Caribisch gebied, met drie kinderen. Toen de jongste twee niet meer naar school konden, bouwde Kalle, voormalig olympisch zeiler en medeoprichter van een bedrijf in zeilinstrumenten, een school die elke dag met ons meevaart. Sinds juli 2026 draait hij elke schooldag.
Carolien runt LYFE school en is jouw aanspreekpunt: zij doet de intake, leest mee met de briefings en belt als iets niet klopt. Het systeem maakt de lessen; zij en jij blijven de mensen erin.
LYFE school is geen school in de zin van de leerplichtwet en kan geen grond zijn voor een vrijstelling. Hoe jullie de leerplicht regelen (een school in het buitenland, uitschrijving, een vrijstelling) is jullie verantwoordelijkheid. Wij helpen je graag uitzoeken wat kan, vóór je iets betaalt.
De lessen worden gemaakt door Claude, het taalmodel van Anthropic, op basis van de leerlijn, de niveaukaart, het profiel en het logboek van jouw kind. Carolien en jij lezen elke les voordat hij live gaat. Het kind praat niet met een chatbot.
Voornaam en geboortejaar van het kind, de antwoorden en de foto’s van het schrift staan op onze eigen beveiligde server. Ze worden nooit gebruikt om een AI te trainen, en ze gaan weg als jullie stoppen.
LYFE school is tot nu toe gebouwd voor één gezin. We beginnen met een klein aantal proefgezinnen, zodat elke les nog gelezen wordt door iemand die het kind kent.
Een abonnement per kind: elke schooldag een les, de ouderbriefing, de verwerking van de dag, de weekleerlijst voor de talen, en Carolien als aanspreekpunt. Vooraf een intake van twee weken: een gesprek, een paar korte peillessen, en daaruit het profiel en het startniveau van je kind.
De prijs staat nog niet vast. Hij komt ruim onder een privéjuf te liggen en ruim boven een app, omdat er elke dag een les op maat uit komt en er een mens meeleest. Gezinnen op de wachtlijst horen hem als eerste; de eerste proefgezinnen betalen de eerste maand niets.
Laat weten wie jullie zijn en waar jullie zitten. Carolien neemt contact op; dat is ook meteen de start van de intake, als jullie dat willen.